Broeder Zon
IRMÃO SOL
| Het is middernacht, enige weken voor kerstmis. (dec 2005) |
|
De straten zijn verlaten, een groep kinderen en jongens liggen te slapen onder een luifel voor een grote winkel in schildersartikelen. Het begint te regenen, en zware regen, het is het begin van de regentijd. Er komen twee politiewagens met soldaten aanrijden, het schijnt dat de eigenaar van de winkel heeft opgebeld. Vijf soldaten maken de kinderen wakker en sturen ze met hun dekens en matrassen de regen in. Hier mogen ze niet blijven, hier is geen plaats voor ze. Een van de jongens belt ons op. Vele jongens hebben een zaktelefoontje. William een mededirecteur gaat er op af, treft nog enkele soldaten. Maakt zich bekend als directeur van Irmão Sol(Broeder Zon). De kinderen van 12 tot 16 jaar komen doornat te voorschijn en groeperen zich rond William en de soldaten. William is bekend, want we hebben samen nog al eens bemiddeld in straatgeschillen. William vraagt aan één van de mannen of hij kinderen heeft, en waar die op dit ogenblik slapen? De man heeft in de gaten waar het gesprek naar toe gaat. Verontschuldigt zich: “Wij worden in de nacht opgebeld, we moeten de straat schoonhouden”. De vraag is: wordt er gestolen of herrie gemaakt? De soldaten druipen af, de kinderen komen terug en zoeken, rillend van de kou, zo goed als dat kan een droge plek, kruipen tegen elkaar aan en slapen ondanks alles rustig in. Kerstmis, het is een bekend verhaal, Maria en Jozef kloppen aan bij bekenden en familie, of er plaats is, maar ze worden verwezen naar “verderop”. Het zijn arme herders die te weten komen dat Gods zoon is geboren en dat ze hem kunnen herkennen als een kindje in doeken gewikkeld. Ook voor Hem was geen plaats... En, zou er anno 2005 plaats zijn? ZALIG KERSTFEEST EN EEN ZALIG NIEUWJAAR, VREDE EN ALLE GOEDS, Frei Mariano Gijsen ofm. Belo Horizonte, 26 november 2005. |
